Ministerie van BZK. Ga naar hoofdmenu / zoekveld.
Home Actueel
Trendanalyse en voortgangsrapportage Polarisatie en Radicalisering 2008
Ter evaluatie van het afgelopen jaar verschenen recentelijk de
Trendanalyse en Voortgangsrapportage Polarisatie en Radicalisering
2008. Het ministerie van BZK keek naar de overheersende trends van 2008
in de trendanalyse, terwijl de Voortgangsrapportage een puntsgewijze
evaluatie omvat van doorgevoerde maatregelen in kader van het
Operationeel Actieplan 2008.
De Trendanalyse
omvat een innovatieve kijk op de fenomenen polarisatie en
radicalisering, daar ze in samenhang geanalyseerd worden. “Niet eerder
werden polarisatie en radicalisering in samenhang bekeken; niet eerder
werden verschillende vormen van radicalisering naast elkaar bekeken en
niet eerder werd een dergelijke poging tot systematische periodieke
analyse ondernomen.
Wat polarisatie betreft, worden de
volgende trends gesignaleerd: segregatie tussen Nederlanders met
verschillende etniciteit lijkt te groeien. Het aantal wijken met hoge
concentraties allochtonen neemt toe. Daarentegen is het percentage van
autochtonen dat aangeeft geen contact te hebben met allochtonen is
gedaald van 60% tot rond de 30%. Een andere opvallende constatering is
dat (vermeende) uitsluiting juist ook onder hoger opgeleide allochtone
Nederlanders tot frustratie en radicalisering kan leiden. 60% van de
Turkse en Marokkaanse Nederlanders meent geen gelijke kansen te hebben.
Het is opvallend dat eenzelfde percentage autochtonen hen daarin gelijk
geeft. Beeldvorming rond de islam is verbeterd, maar is nog steeds
overwegend negatief onder autochtone Nederlanders. Deze beeldvorming
hangt sterk samen met het publieke debat. Afgelopen jaren is deze ten
kost van de islam verhard: deskundigen vermoeden dat deze ‘verhitting
van het debat negatief werkt op groepsdynamieken.’ Gelukkig wijzen de
hiervoor genoemde factoren er op dat Nederland langzaam opkrabbelt uit
de voorgaande periode van onzekerheid en gebrek aan onderling
vertrouwen, maar dat er nog een lange weg te gaan is.
Qua radicalisering
zet de analyse de volgende trends op een rijtje: jongeren binnen
extreemrechtse en islamitische groeperingen vinden minder makkelijk
aansluiting binnen de samenleving, en zich vaker buitengesloten voelen.
Dit zou voornamelijk gelden voor meisjes van Marokkaanse afkomst en
voor hbo’ers. Daarentegen is de weerbaarheid van de moslimgemeenschap
juist toegenomen. Sinds de film Fitna in 2006 verscheen, heeft vooral
de Nederlands-Marokkaanse gemeenschap zichzelf onder de loep genomen om
tegenwicht te bieden tegen eventuele radicale elementen. Ook wordt er
geconstateerd dat bestuurders en professionals zich beter raad weten
met ‘antidemocratische krachten’. Inmiddels hebben 25 gemeenten beleid
ontwikkeld en geïnvesteerd in trainingen. De Nederlandse bevolking ziet
echter nog steeds een dreiging van radicalisering in islamitische en
extreemrechtse groepen: met name de moslimgroeperingen moeten het
ontgelden, hoewel de ervaren dreiging wel sterk gedaald is ten opzichte
van 2006. Paradoxaal genoeg blijken gemeenten en scholen juist last te
hebben van extreemrechtse uitingen.
De voortgangsrapportage
omvat een puntsgewijze evaluatie van alle projecten die in kader van
radicalisering en polarisatie op lokaal, nationaal en internationaal
niveau door de acht betrokken ministeries, AIVD, NCTb en VNG uitgevoerd
zijn. Zo werden er op lokaal niveau al door 21 gemeenten een
subsidieaanvraag ingediend, opvallend genoeg vaker voor projecten voor
rechtsradicalisme (8) dan voor islamitisch radicalisme (5). Verder
ontwikkelde de VNG een toolkit om gemeenten in staat te stellen de
lokale situatie te analyseren en daaraan gekoppeld een aanpak te
ontwikkelen. Daarnaast evalueerde de gemeente Amsterdam een aantal
trainingen omtrent radicalisering in samenwerking met de stad
Birmingham.
De 24 punten van de nationale aanpak zijn te
omvangrijk om hier uitgebreid te bespreken, daarom hieronder enkele
opvallende punten. Bovenaan de lijst prijkt de oprichting van het
Kennis- en Adviescentrum Nuansa, dat professionals en burgers
informeert met kennis en good practices. Verder zijn er een aantal
projecten die de weerbaarheid van jongeren stimuleert, namelijk door
peereducatie, trainingen, rolmodellen, mentoring en stageplaatsen.
Daarnaast werden er voor het onderwijs lesmateriaal ontwikkeld en zijn
voor docenten ook concrete handreikingen in ontwikkeling. Ook voor
andere professionals worden er trainingen en bewustwordingstrajecten
ontwikkeld, zoals voor jongerenwerkers, imams, korandocenten, politie,
en justitie. Daarnaast wordt er, ter vergroting van onze kennis van
radicalisering en polarisatie, een onderzoeksagenda opgesteld.
Op
internationaal niveau draait het voornamelijk om kennisuitwisseling van
good practices, en samenwerking om internationaal radicalisering en
rekrutering tegen te gaan.
Voor meer informatie, zie de Trendanalyse 2008 en Voortgangsrapportage 2008