Ministerie van BZK. Ga naar hoofdmenu / zoekveld.
Home Actueel
De RecoRa-steden en undercover bij Salafi's
Op 27 en 28 november 2008 werd op de afsluitende conferentie van het
RecoRa-project (Recognising Radicalisation, herkennen van
radicalisering) de resultaten gepresenteerd van de eenjarige
samenwerking op Europees niveau. Zes steden, te weten Amsterdam,
Birmingham, Den Haag, Essen, Rotterdam en Utrecht, werkten samen om hun
aanpak van islamitisch geïnspireerd radicalisme te bekijken,
vergelijken en verbeteren. Het project was voornamelijk gefocust op de
rol van de lokale overheid, die samen met hulpverleners, leraren en
jongerenwerkers, én de betrokken (religieuze en etnische)
gemeenschappen het aanbod van en de behoefte aan beleid en trainingen
onder de loep nam.
Het congresprogramma werd op donderdag
geopend door burgemeester Job Cohen. Hoewel hij door andere
verantwoordelijkheden niet rest van de dag aanwezig kon zijn, prees hij
het werk dat de vertegenwoordigers van de zes steden verricht hadden.
Het project was volgens hem met name belangrijk, omdat er gewerkt werd
aan een nieuwe aanpak naast de reeds bestaande justitiële aanpak.
De RecoRa-steden
In de daaropvolgende discussie tussen de zes betrokken steden werd dit door de vertegenwoordigers beaamd. Pieter Jan van Slooten, namens Amsterdam, gaf als sprekend voorbeeld het programma ‘Wij Amsterdammers’: een breder programma gericht op sociale cohesie, daarmee onder andere de voedingsbodem voor radicalisering verkleinend. Het antwoord op vervreemding van bepaalde individuen en groepen gaat volgens hem verder dan het ‘zoeken naar terroristen’, het gaat om een bezorgdheid om hun (geestelijke) welzijn en de bredere sociale cohesie. Daarnaast wees hij op het ‘volwassen worden’ van de Amsterdamse moslims gedurende de afgelopen jaren. Alan Rudge benadrukte ook de noodzaak om moskeeën te betrekken bij een brede aanpak van radicalisering. Birmingham steunt daarom, gebaseerd op vertrouwen, zijn moskeebesturen - hoewel dit niet altijd even positieve reacties oproept. Huib van Seventer wierp echter tegen dat in Utrecht twee salafistische opleidingsinstituten waren, waarvan de gemeente afstand werd gedwongen te nemen: ze dwongen gehoorzaamheid af, creëerden vijandbeelden en dreven jongeren weg van de Nederlandse samenleving. Steven Broers beaamde dit met zijn vraag: met wie werk je als gemeente samen? Wat meteen de dringende vraag opwerpt: met wie niet? Vanuit de zaal kwam het signaal dat er grote verschillen lijken te zijn in de manier waarop gemeenten en de nationale overheid met orthodoxie en 'het salafisme' omgaan. Dit creëert onduidelijkheid voor mensen in het veld en is niet bevorderlijk voor de aanpak van radicalisering.
'Onder radicalen'
Op de plenaire discussie volgden zes interessante workshops, waaronder die van journalist Patrick Pouw, die een jaar les volgde bij de eerdergenoemde salafistische leerschool. Hij schetste een beeld van een leraar die absolute gehoorzaamheid afdwong, en zijn studenten aanzette om ‘ongelovigen en afvalligen te haten’. Opvallend was echter dat er met klem niet aangezet werd tot geweld; de studenten werden aangespoord om hun banden met niet-gelovigen te verbreken en zich terug te trekken uit de maatschappij. Het publiek was echter wel kritisch over de houding van Pouw als leerling, en dan vooral op het feit dat hij geen vragen stelde.
Polarisatie, een sociologische / psychologische reflectie, Jan Pieter van Oudenhoven en Imrat Verhoeven Lees meer